FNV ZZP

’Het lijkt Almere Stad wel, zo netjes’

Laatste update: 24 februari 2022

’Het lijkt Almere Stad wel, zo netjes’

Twee jonge vrouwen staan stil voor Siets Tokkie (64). „Meneer, weet u waar de Waterloopleinmarkt is?” De wenkbrauwen van de doorgewinterde marktkoopman vormen een diepe frons. „Daar sta je op, meissie!” Het komt uit zijn tenen. Dan schouderophalend: „Dit bedoel ik nou, iedereen kent de Waterloopleinmarkt, maar niemand herkent ons meer.”

Dit artikel verscheen eerder in de Telegraaf

 

Natuurlijk, de harde wind en slagregens maken het marktplein naast de Stopera deze dagen ook niet de prettigste plek om te verblijven. Maar 1 maart nadert met rasse schreden. Dan is de renovatie van het marktplein officieel ten einde en moet de markt weer in vol ornaat draaien. Wie nu een rondje over het plein doet, ziet echter nauwelijks verwachtingsvolle blikken, maar vooral ergernis en boosheid onder de marktkooplieden.

Siets Tokkie, die Dr. Martens schoenen verkoopt: „Ik sta 47 jaar en vijf maanden op de Waterloopleinmarkt. Dag in, dag uit. Die laatste vijf maanden heb ik meer ellende op de markt meegemaakt dan in die 47 jaar ervoor. Er is eigenlijk niks meer aan. En hoewel wij pal naast de Stopera staan, hebben wij nul overleg met de gemeente gehad over de hervorming van de markt. Alles wordt ons door de strot geduwd. Op geen enkele wijze wordt er naar ons geluisterd.”

Dat sombere geluid is over de hele markt te horen. Of je nu met Peggy, de voorzitter van de marktvereniging praat, met vakbondsman Henk van der Schaft of marktkooplieden Fred, Ousmane, Peter of Siets. Hun lijst met klachten over de aanstaande markt is groot. 

Ze hebben ook veel vergelijkingsmateriaal. Fred spant de kroon. Hij staat in juni 57 jaar op de Waterloopleinmarkt. Als hij het haalt. Zijn longinhoud is nog maar twintig procent - de vreselijke ziekte tart hem - maar de Amsterdammer in hart en nieren durft zijn marktplaats in verband met zijn onzekere gezondheid niet op te geven. „Geen pensioen hè, maakt niet uit hoor, dat weet je je hele leven als marktman, maar nu sta ik ziek te werken. Dat is niet altijd even gemakkelijk.”

Samen met zijn mattie Peggy haalt hij herinneringen op. Fred was vijftien jaar toen hij zijn eerste lessen over het marktwezen leerde. „Hoe ik aan mijn spullen kwam? Rechtstreeks van de vuilnis. Ik vermaakte wat en legde het te koop. Op een gegeven moment hoor je erbij. Ga je in de handel. We deden hier op het Waterlooplein altijd aan trends. Ik weet nog dat mijn buurman transistorradiootjes en werphengels verkocht. Gewoon naast elkaar. Wat ik allemaal heb verkocht?” Gierend: „Wat niet, kan je beter vragen. Als de klant het wilde, kon ie het bij mij krijgen.”

Peggy: „De Waterloopleinmarkt was zo’n echte rafelrand van de stad. Zo begon ie ook: eind 19e eeuw was het crisis onder de joodse bevolking, de diamanthandel was totaal ingestort, en iedereen stond onder de Mozes en Aaronkerk zijn spullen te verkopen. Om toch maar een beetje geld binnen te halen. Er moest gegeten worden. Zo heel veel anders is het in de decennia erna niet geweest. Het is altijd een soort keukentafel gebleven die Waterloopleinmarkt. Het buurtcentrum van de stad. Waar iedereen kon aanschuiven en waar iedereen een centje kon meepakken.”

Maar zo wil de gemeente het niet meer. Overigens is de herstructurering van het plein het begin van de veel grotere verbouwing die ook de Stopera behelst. Het aanpakken van het gemeentehuis heeft echter vertraging opgelopen.

Peggy: „De verbouwing van het marktplein is al wel geweest en wat zie je nu? Het lijkt Almere Stad wel, zo netjes. Als die ambtenaren uit het raam naar beneden kijken op de markt staat alles recht. Zo willen ze het. Maar dat is niet de Waterloopleinmarkt zoals hij in het geheugen van hele generaties staat gegrifd.” 

Henk van der Schaft, die namens de FNV voor de zelfstandige ondernemers opkomt: „Het is contra met wat er leefde in deze omgeving vóór de verbouwing. De marktkooplieden hebben in 2017 maar liefst 12.000 handtekeningen opgehaald om te bepleiten dat het Waterlooplein moet blijven, zoals het wereldwijd bekend staat: als vrijheidsmarkt. Hier was het allemaal niet zo gereguleerd en dat was juist de charme. Maar kijk nu, alles staat waterpas.”

„Was het nou nog goed gebouwd, was dat ook een zorg minder”, zegt Peter, die met tweedehands kleding staat, terwijl hij naar de randen van zijn nieuwe box wijst. „Kijk water, dwars erdoorheen. Er wordt al maanden naar een oplossing gezocht. Maar dat leidt nog steeds nergens toe. We hebben zelf maar maatregelen genomen.”

Want zie je het niet meer zitten, kan je altijd nog purren en kitten. Peter, als een boer met kiespijn: „Zie hier, een oplossing van euro 3,50. Ik heb de moeren, waar het water helemaal in stralen langskwam, dichtgekit. Dat scheelt, maar het water komt ook via de zijkanten naar binnen. Dat kan ik niet met kit oplossen. Daar moet echt wel een specialist bij komen.” 

Die zou van Puuur moeten komen, de architect die de boxen heeft ontworpen. Siets Tokkie vindt de communicatie met Puuur ingewikkeld. „Bij mij hangen drie emmertjes aan de box om het water op te vangen. Ze weten ervan. Maandag kwamen ze poolshoogte opnemen. Dan staan ze naar mijn box te kijken, maar er wordt niet eens goedemorgen gezegd. Laat staan dat ze gewoon eens vragen hoe het werken in hun boxen nou eigenlijk bevalt. Dat moet ze toch wat kunnen schelen, zou je denken? Ik heb moeite met zoveel desinteresse.” 

FNV’er Henk van der Schaft noemt de inmening van de gemeente vervolgens ’gewoon een brug te ver’. „Dan heb ik het vooral over het feit dat de gemeente zelfs bepaalt dat de Waterloopleinmarkt een themamarkt moet worden. Het thema? ’Hergebruik’. Best leuk bedacht vanachter een tekentafel, daar aan de overkant op de Stopera, maar de ambtenaren gaan volledig voorbij aan het feit dat de marktkooplieden het ondernemersrisico lopen. Zij zijn degenen die daar dag en nacht staan en ervan moeten eten. Als het een ondernemer niet lukt om goede waar te vinden in het thema, wie compenseert hem of haar dan?”

Fred wordt stil. De zeventiger voelt zich niet goed. Hij hapt letterlijk naar adem. „Ik verkoop toeristenspullen. Echt al jaren, het liep voor de verbouwing goed. Ik had er m’n natje en droogje van. Maar dat mag straks dus niet meer. Dan moet ik iets anders gaan verkopen. Maar met mijn lijf en mijn gezondheid? Ik weet niet hoe. Ik word daar echt heel onrustig van.” 

Siets hoort het met lede ogen aan. Hij wil er geen wedstrijdje van maken, maar ja, hij kon ook naar het ziekenhuis. Hartaanval. Gelaten: „Ik mag me niet meer druk maken, dus dat probeer ik ook echt, maar als je nou hoort dat we allemaal in het thema ’hergebruik’ in de pas moeten lopen, dan word je toch niet goed?”

Hij wijst naar zijn eigen waar, een Dr Marten uit de jaren vijftig. Zo een met punten. En een andere uit de jaren zeventig. Eenvoudig, met bolle neus. „Is dat vintage genoeg? Het merk blijft de oude schoenen eren en houdt ze in de collectie, maar ze zijn wel nieuw. Mag dat straks nog hier op de markt? Of moet ik echt duizend paar oude schoenen kopen en die in mijn stal leggen. Ik doe het hoor!”

Hij laat zich meeslepen, Siets Tokkie weet het, want hij heeft ook al van het marktwezen gehoord dat hij echt op de Waterloopleinmarkt thuishoort. „Maar het gaat niet alleen om mij. Het gaat om ons, de marktkooplieden en de bezoekers samen. Hoe willen we straks met zijn allen deze markt nieuw leven inblazen? Dan moet er nog heel veel gebeuren.” 

Vorige week hebben ze toevallig weer te horen gekregen dat er de komende maanden dak- en thuislozen in de Stopera zullen verblijven, totdat de verbouwing van het gemeentehuis daadwerkelijk aanvangt. Die zullen straks geen overlast bezorgen, houdt de gemeente voor. Peter: „Maar hoe weet je dat vooraf?” 

En hoewel de stad een overload aan Nutella- en snackwinkeltjes heeft, zou het juist rond het Waterlooplein wel een onsje meer mogen. Peter: „Ze hadden beloofd dat onder in de plint van dat gebouw naast ons (hij bedoelt de Stopera, red.) winkeltjes zouden komen waar mensen wat lekkers en wat leuks zouden kunnen halen. Een beetje aanvullend op de markt. Maar wij zien het nog niet.” 

„Zet nou toch gewoon een frietkraam neer”, houdt Siets Tokkie het simpel. „Een markt zonder frietkraam? Dat bestaat toch niet. En zet er gewoon een paar stoelen bij. En een prullenbak. Kijk, dan heb ik het gevoel dat ze het snappen.” 

Fred kijkt op naar de overkant. Hij wijst naar dertiger Ousmane. „Is een van onze jongere marktkooplieden. Heeft een leuke kraam. Tweedehands spul. Mensen komen er graag. Voor dat soort jongens moeten we het met z’n allen blijven doen.”

Siets Tokkie beaamt: „We moeten er toch wat van blijven maken. Ook al is het moeilijk. Op 1 maart moet iedereen zijn kramen opengooien. Hopelijk krijgen we dan weer de sfeer te pakken. Hoewel ik nu al kan voorspellen: het wordt echt nooit meer, zoals het geweest is. De stad heeft de markt, de gezelligheid en de reuring doodverklaard.”

  

Gemeente: ’Wel overleg met marktkooplieden’

AMSTERDAM De gemeente stelt zich op het standpunt dat er wel degelijk overleg is geweest met de marktkooplieden van het Waterlooplein. Een woordvoerster: „Er zijn verschillende avonden georganiseerd waar marktondernemers door de gemeente zijn uitgenodigd om hun verwachtingen van de boxen te bespreken en mee te beslissen. Ze hebben meegeschreven aan het Programma van Eisen voor de marktboxen.”

Architectenbureau Puuur laat de woordvoering over aan de gemeente. Gezamenlijk zeggen zij de verbouwing van het Waterlooplein heel anders te beleven. De woordvoerster: Er zijn inderdaad problemen geweest met lekkages, maar deze worden zo snel mogelijk verholpen. Eén box bleek aan de binnenkant water te lekken. Dit bleek een constructieve fout op het dak. De schade die de marktondernemer heeft geleden aan een van zijn schilderijen, is direct gecompenseerd door de bouwer. Op dit moment zijn er nog een paar marktboxen waarbij water naar binnen druppelt. De aannemer is bezig dit te verhelpen. Het project Marktboxen is wat dat betreft nog niet afgerond.”

Dat de gemeente er een themamarkt van heeft gemaakt, is juist gedaan om het unieke karakter van de markt te behouden, zo stelt de woordvoerster. „Op steeds meer plekken in de binnenstad concentreren ondernemers zich op de verkoop van souvenirs voor toeristen. Dit zagen we ook gebeuren op het Waterlooplein. Door als themamarkt ‘hergebruik’ in te voeren, blijft het unieke karakter van de markt. Hier is overigens een participatieproces aan vooraf gegaan. Het thema ‘hergebruik’ werd bij een overgrote meerderheid van de marktkooplieden als zeer positief ervaren.”

En met de plint komt het volgens de Stopera ook wel goed, zo stelt de woordvoerster van de gemeente. „Voor de plint van het stadhuis is een programma opgezet dat aansluit bij de markt. Hier komen o.a. co-creatieruimten en horeca. Door de coronacrisis heeft dit project vertraging opgelopen. In de tussentijd proberen we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen door de ruimte te geven aan economische, zelfredzame daklozen. Deze zomer is overigens de Europese aanbesteding voor de plint en naar verwachting eind 2022 start de verbouwing van de plint.”

 

 

undefined