FNV ZZP

Naar de Hoge Raad om € 13,-/€ 22,- #omdathetkan

Naar de Hoge Raad om € 13,-/€ 22,- #omdathetkan

Soms vraag je je zelf iets af of verwonder je zelf slechts. Procederen bij de Hoge Raad, het staat ieder vrij zelfs bij een klein belang. Ieder heeft zijn/haar principes en ook daarvoor is er plaats. Maar of dit nu de bedoeling is...

Proceskosten bestuursrecht

In bestuursrechtelijke zaken komt altijd de vraag aan orde of het bestuursorgaan de proceskosten moet vergoeden zoals geregeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht. In dat Besluit is een puntenstelsel opgenomen. Verschillende proceshandelingen leveren punten op. Indien het bestuursorgaan, kort door de bocht gezegd, de procedure verliest van de burger of een organisatie, wordt het bestuursorgaan veroordeeld tot o.a. de proceskosten voor kosten van rechtsbijstand. Per punt wordt een forfaitair bedrag betaald. Dat bedrag wordt periodiek verhoogd.

 

Wanneer berekend?

De Hoge Raad heeft in het verleden beslist dat de vergoeding per punt moet worden berekend aan de hand van het tarief zoals dat geldt op het moment dat de Hoge Raad of een andere rechter daarover uitspraak doet. Dan kan er tussentijds dus weleens een verhoging van het forfaitaire bedrag plaatsvinden, zeker als de procedure niet snel verloopt.

 

Actuele zaak

Niet lang na de recente jaarwisseling belandde een dergelijke zaak op het bureau van de Hoge Raad. Bij het berekenen van de proceskostenvergoeding heeft het Hof Amsterdam het puntenstelsel bij het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb) toegepast. Daarbij is het Hof voor de procedure in beroep en hoger beroep uitgegaan van een waarde van € 512,- per punt.

Daar is de betrokkene het niet mee eens en ook de Hoge Raad vindt dat het Hof een fout heeft gemaakt. De proceskostenvergoeding diende gelet op de datum van het arrest van het Hof (13 februari 2020) gebaseerd te zijn op de waarde van € 525 per punt. Deze waarde gold namelijk met ingang van 1 januari 2020. Het Hof heeft daarom ten onrechte een waarde van € 512 per punt in aanmerking genomen. Jawel een verschil van € 13,- per  punt.

 

Berekening

De Hoge Raad verwijst uiteraard niet terug naar een ander Hof maar doet de zaak verder zelf af. Er heeft dan wel weer een volgende jaarwisseling plaatsgevonden. Per 1 januari 2021 is de waarde per punt verder verhoogd naar € 534,- (nog eens € 9,- per punt erbij).

De Hoge Raad berekent op 29 januari 2021 de proceskosten dus naar dat nieuwste tarief. De vergoeding voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in hoger beroep komt neer op 2 x 0,5 punt x € 534 = € 534. Daarbij wordt nog opgeteld de door het Hof vastgestelde vergoeding van reis- en verletkosten van in totaal € 93,59 (dit in verband met het bezoek aan het hof voor de zitting). Dit maakt de in totaal voor het hoger beroep vast te stellen proceskostenvergoeding € 627,59.

 

De vergoeding voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in beroep (behandeling bij de rechtbank) komt neer op 1 x 0,5 x € 534 = € 267. Daarbij komen de vergoeding van reis- en verletkosten van € 73,74 (zittingbezoek rechtbank). Totaal in beroep dat een proceskostenvergoeding € 340,74.

Kosten van cassatie

Dat is nog niet alles want er zijn natuurlijk ook kosten gemaakt voor de cassatiezaak bij de Hoge Raad. Het bestuursorgaan moet die kosten ook vergoeden en dat komt neer op een bedrag van € 2.136,- voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand (4 punten). In cassatie krijgt de “winnaar” 2 punten voor het cassatieberoepschrift en 2 punten voor indienen van een repliek.

Ik wil niet zeggen dat de gemachtigde binnenloopt met de cassatiezaak, maar de burger zal blij zijn. Let wel, het gaat om forfaitaire vergoedingen die meestal lager uitvallen dan de in rekening gebrachte kosten door de uurtje-factuurtje-advocaat. Geld, de wereld draait erom...

mr. E. van Sark
procesjurist FNV Zelfstandigen