FNV ZZP

De Centrale Raad van Beroep en de zelfstandige met WW

De Centrale Raad van Beroep en de zelfstandige met WW

Als je recht op WW-uitkering hebt, moet je alle wijzigingen, zoals gaan werken als zelfstandige, doorgeven aan UWV. Dit hoort bij de wettelijke verplichtingen die je als uitkeringsgerechtigde hebt. Doe je dat niet, dan loop je het risico dat UWV met terugwerkende kracht je WW intrekt en terugvordert. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) behandelde recent een zaak waarin de betrokkene het werken als zelfstandige niet op tijd had doorgegeven.

Voorgeschiedenis

Betrokkene, we noemen hem Rooshoft, is op 21 augustus 2012 op staande voet ontslagen. Hij vraagt WW aan, maar deze wordt per die datum blijvend geheel geweigerd omdat hij wat UWV betreft verwijtbaar werkloos is geworden. Hij maakt bezwaar.

Na overleg met zijn ex-werkgever wordt in januari 2013 een vaststellingsovereenkomst getekend waarbij het dienstverband is beëindigd per 21 augustus 2012. Het salaris is doorbetaald tot en met 30 september 2012. Hij meldt zich weer bij UWV dat hem bij besluit van 18 juni 2013 met terugwerkende kracht een WW-uitkering toekent per 1 oktober 2012. De uitkering is gebaseerd op een gemiddeld aantal arbeidsuren van 38 uur per week.

Ondertussen heeft Rooshoft zich eerder – op 10 oktober 2012 - als eenmanszaak ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en heeft hij op onregelmatige momenten en in wisselende omvang als zelfstandige gewerkt.

Rooshoft heeft op 21 augustus 2013 telefonisch en op 29 oktober 2013 schriftelijk contact gezocht met UWV met vragen over (de gevolgen van) zijn werk als zelfstandige. Van dat werk heeft hij ook melding gemaakt op de inkomstenformulieren van UWV. Vanwege die melding is zijn WW-uitkering vanaf november 2013 verlaagd. Per 24 februari 2014 is de WW-uitkering volledig beëindigd, omdat hij per die datum volledig aan het werk is.

Besluit UWV

Na nader onderzoek en het horen van Rooshoft besluit UWV op 28 mei 2014 om de WW-uitkering per 26 november 2012 te herzien en WW over de periode van 26 november 2012 tot en met 23 februari 2014 ad € 15.777,15 van Rooshoft terug te vorderen. UWV vindt dat Rooshoft niet op tijd heeft doorgegeven dat hij in die periode gewerkt heeft als zelfstandige. Rooshoft tekent bezwaar aan, maar dat wordt door UWV ongegrond verklaard. UWV overweegt daarbij dat sprake is van blijvend verlies van het werknemerschap voor de uren die Rooshoft werkzaam is geweest. Dat de WW-uitkering achteraf is toegekend, is geen aanleiding voor UWV om hiervan af te wijken. Rooshoft gaat in beroep bij de rechtbank.

Rechtbank

De rechtbank vindt dat het Rooshoft op het moment waarop hem met terugwerkende kracht de WW-uitkering is verstrekt - te weten op 18 juni 2013 - redelijkerwijs duidelijk heeft kunnen zijn dat zijn werk als zelfstandige van invloed is op zijn WW-uitkering. Daarom was hij verplicht daarvan melding te doen aan UWV. Rooshoft heeft op 21 augustus 2013 gemeld dat hij werkt als zelfstandige. De rechtbank vindt dat UWV terecht heeft bezien of en in hoeverre zijn WW-uitkering vanwege zijn werkzaamheden als zelfstandige vanaf 26 november 2012 met terugwerkende kracht moet worden herzien en teruggevorderd. Ook oordeelt de rechtbank dat UWV daarbij heeft gehandeld conform de op het moment in geding geldende beleidsregels.

Wending rechtbank

Vervolgens komt de rechtbank met een wending. De rechtbank vindt namelijk dat in deze specifieke casus sprake is van een bijzonder geval, waardoor van de beleidsregels moet worden afgeweken. Want, zegt de rechtbank, Rooshoft kon niet met terugwerkende kracht een startersperiode (van 26 weken) aanvragen.

Als UWV wél direct een WW-uitkering had toegekend, had Rooshoft een beroep op een startersperiode kunnen doen. Dan had hij wellicht niet met terugwerkende kracht per 26 november 2012 zijn werknemerschap verloren. Tijdens de startersperiode behoudt een betrokkene immers 26 weken zijn (met 29% gekorte) WW-uitkering. Daarbij zou dan ook de eenmalige uitschieter van 35 arbeidsuren in februari 2013 buiten beschouwing zijn gebleven. De rechtbank betrekt daarbij dat van Rooshoft meer wordt teruggevorderd dan hij als zelfstandige in die periode heeft verdiend. Het beroep van Rooshoft wordt gegrond verklaard. UWV is het niet eens met de rechtbank en stelt hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).

Hoger beroep

UWV vindt dat geen sprake is van een bijzonder geval en dus niet van beleidsregels moet worden afgeweken. UWV zegt dat, als Rooshoft zich had laten informeren over de criteria voor de startersregeling, hij had kunnen weten dat hij moest wachten op de toestemming voor de startersperiode, nadat de WW-uitkering alsnog aan hem toegekend zou worden. UWV vindt dat van een financiële noodzaak om direct te starten geen sprake is. In de uitspraak van de CRvB is niet helder hoe UWV dat heeft onderbouwd. Tot slot zegt UWV dat het inherent is aan de systematiek van de WW dat van betrokkene meer wordt teruggevorderd dan hij in de betreffende periode als zelfstandige heeft verdiend.

Oordeel CRvB

De CRvB is het eens met het oordeel van de rechtbank dat het Rooshoft toen hem op 18 juni 2013 met terugwerkende kracht WW is toegekend, redelijkerwijs duidelijk was dat zijn werk als zelfstandige van invloed kon zijn op zijn uitkering. Dat geldt ook voor het werk als zelfstandige dat werd verricht in de periode waarvan later met terugwerkende kracht werd vastgesteld dat er een recht op WW bestond. We praten dan strikt genomen over de periode van 1 oktober 2012 tot 18 juni 2013.

Dit wordt voor de CRvB niet anders doordat Rooshoft bij het begin van zijn werk als zelfstandige nog geen WW-uitkering ontving en tegen de oorspronkelijke weigering van de WW-uitkering een bezwaarprocedure voerde.

De CRvB acht UWV dan ook bevoegd om de WW-uitkering met terugwerkende kracht te herzien vanaf het moment waarop Rooshoft zijn werk als zelfstandige ging verrichten. Op een vraag van man-tot-man erkent Rooshoft op zitting van de CRvB dat hij zich ervan bewust was dat het werk als zelfstandige vóór de toekenning van WW waarschijnlijk niet zonder gevolgen voor zijn uitkering zou blijven.

 

Dat blijkt voor de CRvB ook uit het telefonisch contact van betrokkene op 21 augustus 2013 met UWV en uit de schriftelijke melding van 29 oktober 2013 dat hij gestart is met zijn werkzaamheden. In beide gevallen was het contact, gelet op de bewoordingen, mede gericht op de vraag van Rooshoft in hoeverre dat werk gevolgen voor zijn WW-uitkering zou hebben.

Voor de CRvB zijn de geringe verdiensten in het werk als zelfstandige en het niet gebruik kunnen maken van de zogenoemde startersregeling, niet zo bijzonder dat van de van toepassing zijnde beleidsregels afgeweken moet worden. De CRvB zegt daarbij dat de beleidsregels door de CRvB standaard worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid dat terughoudend wordt getoetst. Kortom, de rechtbank krijgt het verwijt dat de rechtbank niet terughoudend genoeg is geweest. De boodschap is; de beleidsregels wijken al van de wet af en dan moeten we ook niet nog eens afwijken van de beleidsregels omdat we dan te ver van de wet af gaan opereren.

Het hoger beroep van UWV wordt gegrond verklaard en Rooshoft blijft verplicht de uitkering terug te betalen.

Beschouwing

De optie van de rechtbank was creatief en voor de Centrale Raad van Beroep te creatief. Rooshoft kon niet met terugwerkende kracht een startersperiode WW krijgen en had die in de optiek van de rechtbank hebben kunnen krijgen als gevolg waarvan er dan vermoedelijk minder of geen WW teruggevorderd zou worden. De rechtbank vond daarbij moeilijk te verteren dat iemand meer geld aan uitkering moet terugbetalen dan hij verdiend heeft met zijn werk als zelfstandige. Dat valt te prijzen.

De CRvB maakt daar korte metten mee. Begunstigend beleid, beleid dat buitenwettelijk is, moet terughoudend worden toegepast, aldus de CRvB. Aan afwijken van begunstigend beleid, waarmee een betrokkene op zichzelf dus al geholpen wordt, weigert de CRvB in dit geval medewerking te verlenen. Betrokkene hoeft voor de CRvB niet nog meer geholpen te worden. Dat zet mijns inziens wel een rem op de rechtsontwikkeling. Als je een WW-uitkering ontvangt is mijn advies in ieder geval om wijzigingen altijd door te geven aan UWV om terugvordering en eventuele boetes te voorkomen.

 

Tot slot verwijs ik naar onze brochure “Starten vanuit de WW” die je op onze website kunt downloaden.

 undefined

 

 

Ewald van Sark

Jurist FNV Zelfstandigen

Laat een reactie achter
Verzend mijn bericht

Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te verbeteren.

Afwijzen
Ga verder