FNV ZZP

Het regeerakkoord Rutte III: over een andere boeg?

Het regeerakkoord Rutte III: over een andere boeg?

Na maar liefst 218 dagen na de verkiezingen, op 9 oktober 2017, lag eindelijk het regeerakkoord Rutte III op tafel. Op 26 oktober is het nieuwe kabinet beëdigd. Dat laatste ging dan ineens heel snel. De slogan van het nieuwe kabinet is geworden: “Vertrouwen in de toekomst”. Over het regeerakkoord valt heel veel te zeggen en te vinden, maar wat gaat er over zelfstandigen?

undefined

Het nieuwe kabinet is er in het regeerakkoord duidelijk over: het systeem rondom de inhuur van zelfstandigen wordt wederom ingrijpend veranderd. De Wet DBA wordt vervangen, omdat de wet volgens het kabinet geen helderheid heeft geschapen voor de vraag of er wel of niet sprake is van een arbeidsrelatie (lees: arbeidsovereenkomst). Dat op zich is niet juist, omdat de Wet DBA alleen de VAR heeft afgeschaft en niets heeft veranderd in de vraag wanneer is sprake is van een arbeidsovereenkomst.

 

Jammer

‘Wij vinden het jammer dat zo snel afscheid wordt genomen van een wet die zorgde voor een eerlijkere verdeling van de verantwoordelijkheid voor de manier waarop wordt gewerkt en een stelsel van modelovereenkomsten waaraan beide partijen, zowel opdrachtgever als opdrachtnemer, duidelijkheid konden ontlenen’, zegt beleidsadviseur Irene van Hest van FNV Zelfstandigen. ‘Ook wij hebben tegelijkertijd uit onze achterban verschillende keren teruggekregen, dat opdrachtgevers niet meer rechtstreeks met zelfstandigen durfden te contracteren en zien dat de Wet DBA ook gevolgen heeft gehad voor zelfstandigen. Ook waar dat absoluut niet de bedoeling is geweest en zeker niet nodig is geweest.’

‘Hoe dan ook’, zegt Irene, ‘het nieuwe kabinet kiest ervoor om een nieuw stelsel in te voeren.’ Het kabinet zegt daarover: “De nieuwe wet moet enerzijds (de inhuurder van) echte zelfstandigen zekerheid bieden dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid (vooral aan de onderkant) voorkomen”.

‘Het kabinet schetst de grote lijnen’, vervolgt ze, ‘maar aan uitwerking ontbreekt het nog. Het kabinet kondigt aan om bij de uitwerking van de wet veldpartijen te betrekken. Wij zien als FNV Zelfstandigen die uitnodiging heel graag tegemoet.’

Maar hoe zien die grote lijnen er uit? Kijkend naar het regeerakkoord komt er een stelsel waarbij drie groepen kunnen worden onderscheiden. Deze groepen worden onderscheiden aan de hand van tarief, duur van de opdracht en reguliere bedrijfsactiviteiten.

Minimumtarief

Het kabinet wil aan de onderkant van de arbeidsmarkt voorkomen dat zelfstandigen worden ingezet: “Voor zzp’ers wordt bepaald dat altijd sprake is van een arbeidsovereenkomst bij een laag tarief in combinatie met een langere duur van de overeenkomst of een laag tarief in combinatie met het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten. Wat een laag tarief is, wordt gedefinieerd als corresponderend met loonkosten tot 125% van het wettelijk minimumloon (de grens die bijvoorbeeld ook voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt gehanteerd), of met de laagste loonschalen in cao’s. Er wordt één tarief gekozen om voor de gehele markt de onderkant af te bakenen. Op basis van de gehanteerde argumentatie zal dit tarief vermoedelijk liggen in een bandbreedte tussen de € 15,- en € 18,- per uur. Een langere duur wordt gedefinieerd als langer dan 3 maanden.”

‘Een mooie stap’, zegt Irene, ‘dat het kabinet heeft gekozen voor een minimumtarief. Daarvoor pleiten wij al veel langer. Maar zo’n minimumtarief moet de zelfstandige wel minimaal in staat moeten stellen zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid en pensioenopbouw (en andere kosten te dragen die de zelfstandige heeft). Maar dat is met dit tarief nog lang niet mogelijk! Daarnaast blijft het mogelijk om kortdurend tegen een tarief lager dan het minimumtarief, kortlopende opdrachten uit te voeren die niet tot de kernactiviteit van het bedrijf horen. Dat biedt weer een opening om onder het minimumtarief uit te komen. Toch zal het met dit minimumtarief lastiger worden voor opdrachtgevers om alleen vanwege besparing op arbeidskosten met zelfstandigen te werken.’

Liever afspraken

Anders dan de systematiek waarvoor dit kabinet kiest - een in de wet geregeld minimumtarief voor de hele groep zelfstandigen - had FNV Zelfstandigen liever gezien dat sectoraal en collectief afspraken kunnen worden gemaakt voor zelfstandigen. Het standpunt van de mededingingsautoriteit dat dergelijke afspraken in strijd zijn met het kartelverbod, is te kort door de bocht. Er zijn meerdere voorbeelden uit andere Europese landen, waaruit blijkt dat dat wel degelijk mogelijk moet zijn, zeker voor bepaalde sectoren die daar specifiek behoefte aan hebben, zoals bijvoorbeeld de creatieve sector en de tolken en vertalers.

Stukloon

‘De vraag blijft ook nog hoe dit minimumtarief zal worden ingezet waar sprake is van zogenaamd stukloon, zoals we dit nu bijvoorbeeld zien bij platforms als Deliveroo’, gaat Irene verder. ‘Deliveroo heeft onlangs eenzijdig besloten om alleen nog maar met zelfstandigen te willen werken en voor iedere bezorging een bedrag van € 4,75 betalen. Nadere uitwerking van het minimumtarief als het gaat om stukloon zal nog moeten volgen.

Opdrachtgeversverklaring

Het stelsel van de modelovereenkomsten, ingevoerd met de Wet DBA, verdwijnt en maakt plaats voor een opdrachtgeversverklaring, zegt het regeerakkoord. Irene: ‘Deze opdrachtgeversverklaring krijgen opdrachtgevers na het invullen van een webmodule. Het huidige handhavingsmoratorium wordt voorlopig gehandhaafd, maar wordt na invoering van de nieuwe maatregelen gefaseerd afgebouwd. Volgens het kabinet geeft de opdrachtgeversverklaring “vooraf duidelijkheid en zekerheid bij de inhuur van zelfstandig ondernemers”. Indien de webmodule naar waarheid is ingevuld en de opdrachtgeversverklaring is verkregen, dan “krijgt een opdrachtgever zekerheid vooraf van vrijwaring van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen”. Deze vrijwaring, die met invoering van de Wet DBA juist is afgeschaft, keert dus weer terug.’

Gezagsverhouding

Het kabinet vervolgt: “In de webmodule wordt een aantal duidelijke vragen gesteld aan de opdrachtgever over de aard van de werkzaamheden. Daarbij wordt ten behoeve van de webmodule het onderdeel ‘gezagsverhouding’ verduidelijkt (bijvoorbeeld dat het enkel moeten bijwonen van een vergadering op zichzelf geen indicatie van gezag is). Tevens zal het kabinet de wet zo aanpassen, dat gezagsverhouding voortaan meer getoetst wordt op basis van de materiële in plaats van formele omstandigheden”. Bij de bepaling van die duidelijke vragen zal het kabinet hulp inschakelen van veldpartijen. Uitwerking van de criteria waaraan de opdrachtgeversverklaring moet voldoen, ontbreekt dus nog. Welke aanpassing van de wet het kabinet voor ogen heeft als het gaat om toetsing van gezagsverhouding op basis van de materiële omstandigheden in plaats van formele omstandigheden, is nog onduidelijk.

Opt-out

Het kabinet heeft aan de bovenkant van de arbeidsmarkt een mogelijkheid tot “opt out” gecreëerd voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen, “indien er sprake is van een hoog tarief in combinatie met een kortere duur van de overeenkomst of een hoog tarief in combinatie met het niet verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten. Bij een ‘hoog tarief’ denkt het kabinet aan een tarief boven de 75 euro per uur. Een kortere duur wordt gedefinieerd als korter dan een jaar”.

Irene vindt de grens van € 75,- per uur een herkenbare grens: ‘Bedragen in deze richting zijn vaker genoemd als afbakening voor de groep zelfstandigen die in staat is een goed tarief uit te onderhandelen, die een buffer kan opbouwen voor periodes van minder werk, die een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft afgesloten en ook nog (voldoende) spaart  voor de oude dag. De groep zelfstandigen die tarieven van rond de € 75,- per uur kan uitonderhandelen, zou ongestoord zijn werk moeten kunnen doen, zo is de gedachte. Dat zou natuurlijk zo moeten kunnen zijn, zolang die zelfstandige ook echt als een zelfstandige werkt. Niet als deze zelfstandige in een arbeidsrelatie werkt die alle kenmerken van een arbeidsovereenkomst heeft, bijvoorbeeld omdat er onder gezag wordt gewerkt, ook al is dat korter dan een jaar. FNV Zelfstandigen is principieel tegen de mogelijkheid om te kiezen welk regime van toepassing is (werk je als zelfstandige of als werknemer), immers: de mogelijkheid om boven een bepaald tarief te kunnen kiezen voor een opt-out voor de loonbelasting en werknemersverzekeringen betekent een keuze om niet bij te dragen aan de solidariteit die ten grondslag ligt aan ons sociale stelsel. Juist die solidariteit houdt de verzorgingsstaat voor iedereen betaalbaar en dus in stand.’

Géén collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering

‘We vinden het als vakbond een gemiste kans dat er geen collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen komt’, legt Irene het regeerakkoord verder uit. ‘Het is een gegeven dat op dit moment 80% van de zelfstandigen niet verzekerd is, deels omdat zij dat niet willen, maar ook omdat zij dat vaak niet kunnen vanwege te hoge premies en uitsluitingen. Zelfstandigen in de bouw kunnen zich maar verzekeren tot hun 60e.  Ziektes worden uitgesloten. Het nieuwe kabinet pakt dit probleem ook deze periode niet op, maar zegt alleen toe met verzekeraars om tafel te gaan omdat het kabinet wél wil dat meer zelfstandigen zich verzekeren.’

Zelfstandigenaftrek

Door de invoer van de zogenaamde “vlaktaks” zijn er straks nog maar twee schijven inkomstenbelasting, het basistarief van 36,93% en een toptarief van 49,50%. De zelfstandigenaftrek wordt verlaagd, vanaf 2020 in 4 jaarlijkse stappen van 3% punt naar het basistarief.

Aftrekposten in de inkomstenbelasting mogen in de toekomst alleen tegen het basistarief worden afgetrokken. Over de MKB-winstvrijstelling zegt het regeerakkoord niets. De uiteindelijke gevolgen van de maatregelen voor het inkomen van zelfstandigen volgt FNV Zelfstandigen nauwgezet.

Ondernemersovereenkomst

Het kabinet geeft aan dat het “gaat verkennen, ook in overleg met sociale partners en veldpartijen, of en hoe zelfstandig ondernemerschap via de invoering van een ondernemersovereenkomst een eigen plek zou kunnen krijgen in het burgerlijk wetboek. Dit zou de positie van zelfstandig ondernemers kunnen verhelderen en verstevigen.” 

Volgens Irene staat het voor FNV Zelfstandigen buiten kijf dat een zogenaamde “ondernemersovereenkomst” of “derde variant” niet zal zorgen voor verheldering of versteviging van de positie van zelfstandig ondernemers: ‘In Europa zijn meerdere landen waarin deze derde variant wel bestaat, denk bijvoorbeeld aan Groot Brittannië. Zij kennen dit in de vorm van “workers”. Er worden over deze variant vele procedures gevoerd, en de afbakening daarvan geeft daar dezelfde problemen en leidt tot dezelfde vraagstukken als wij nu al hebben over de afbakening tussen twee groepen. Het proberen te formuleren van een derde variant leidt alleen maar tot meer complexiteit, afwijkingen en varianten.Het huidige arbeidsrecht biedt voldoende aanknopingspunten om te bepalen wanneer wel en wanneer niet met een zelfstandige gewerkt kan worden.’

Tot slot

‘Het is duidelijk dat Rutte III het over een andere boeg gooit’, besluit Irene. ‘Maar voor de middengroep, de grote en zeer diverse groep zelfstandigen die werkt voor tarieven tussen de  € 18,- en € 75,-, zou je ook kunnen zeggen: over een “oude boeg”. Voor de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, die hebben geleid tot de invoering van de Wet DBA, heeft het kabinet geen oog, wel voor de – vaak onterechte - angst van opdrachtgevers voor naheffingen en boetes. De plannen van het kabinet voor deze middengroep zullen weer leiden tot dezelfde problemen die speelden onder het VAR-tijdperk en die er voor zorgde dat de Wet BGL geen doorgang vond. FNV Zelfstandigen blijft pleiten voor een eerlijkere arbeidsmarkt, en dat betekent ook een eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheid voor de manier waarop wordt gewerkt.’