FNV ZZP

"Neem hoogte tarief mee in beoordeling zelfstandigheid"

Laatste update: 1 december 2016

"Neem hoogte tarief mee in beoordeling zelfstandigheid"

Op zipconomy.nl is vanochtend een column verschenen van FNV Zelfstandigen directeur Josien van Breda, waarin zij ervoor pleit de hoogte van het tarief van de zzp'er mee te nemen in de beoordeling van diens zelfstandigheid.

"Kameraden”. Zo verwelkomde de algemeen secretaris van de Vlaamse vakbeweging ABVV de aanwezigen vorige week tijdens een bijeenkomst over freelancers. Ik was daar te gast om te vertellen over de situatie in Nederland. Dat was anders dan hoe ik normaal begroet word, maar gaandeweg werd duidelijk dat de overeenkomsten tussen Vlaanderen en Nederland groter zijn dan de verschillen als het gaat om de positie van zzp’ers op de arbeidsmarkt. Ik ging met een idee en een kilo Belgische bonbons rijker terug.

Vlaams onderscheid tussen type zelfstandigen
Wat mij het meest is bijgebleven, is de presentatie van de tussentijdse resultaten van een onderzoek naar zelfstandigen van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. In dat onderzoek maken ze een handig onderscheid in verschillende soorten zzp’ers. Allereerst het onderscheid tussen zzp’ers met particuliere opdrachtgevers of zakelijke opdrachtgevers.

De eerste groep valt buiten de scope van het onderzoek. Dat brengt helderheid. Vervolgens worden de zzp’ers met zakelijke opdrachtgevers onderverdeeld in drie groepen, op basis van de aard van hun opdracht. Er zijn kennisintensieve opdrachten (projectleider ICT, adviseur), creatieve opdrachten (webdesign, vormgeving, tekstschrijvers) en uitvoerende opdrachten (repeterend ICT werk, enveloppen plooien, feestmanden vullen).

Gedifferentieerde aanpak: goed idee
We kunnen hier in Nederland voortborduren op deze Vlaamse benadering om hier de broodnodige duidelijkheid te vergroten. In het beoordelingskader dat de Belastingdienst hier heeft gepubliceerd wordt naar mijn mening onvoldoende onderscheid gemaakt naar de aard van de opdracht. De pakketbezorger wordt langs dezelfde meetlat gelegd als een ICT projectleider.

Voor beide groepen geldt dat zij alleen DBA-proof kunnen werken als ofwel de gezagsrelatie ontbreekt, ofwel iemand vrij vervangbaar is. Dit leidt tot de ongewenste uitkomst dat de pakketbezorger (uitvoerend) via vrije vervanging veel gemakkelijker overeenkomstig de Wet DBA kan werken dan de ICT projectleider (kennisintensief). Die projectleider kan zich immers niet vrij kan laten vervangen; hij/zij werkt in een organisatorisch kader, waarbij het een hele kluif is om aan te tonen dat er geen gezagsrelatie ontstaat. Dit is ongewenst. Het ontstaan van schijnconstructies wordt niet tegengegaan bij uitvoerend werk zoals pakketbezorging en thuiszorg. Sterker nog, de deur wordt verder opengezet. Juist voor de mensen met een zwakke arbeidsmarktpositie, die vaak afhankelijk zijn van één opdrachtgever en niet in staat zijn om een goed tarief uit te onderhandelen. Tegelijkertijd zitten zp’ers met kennisintensieve opdrachten in de knel. Dit zijn meestal mensen die vanwege hun expertise ingehuurd worden en zelf goed in staat zijn om een redelijk tarief uit te onderhandelen, niet de zwakkeren dus.

Verschillende type opdrachten, verschillende maatregelen
Daarom pleit ik ervoor om in het beoordelingskader een onderscheid te maken tussen opdrachten van uitvoerend, creatief en kennisintensieve aard. En dan niet op het niveau van de modelovereenkomst, maar eerder. Bijvoorbeeld in het beoordelingskader, of in een beheersmaatregel. Aan een kennisintensieve opdracht, zoals die van de ICT projectleider kun je als voorwaarden stellen dat het tarief zodanig moet zijn dat de werkgeverslasten en risico’s erin verdisconteerd zijn en dat er een duidelijke en gedetailleerde opdrachtbeschrijving is. Als daarin is voldaan, is opdrachtgever niet inhoudingsplichtig, tenzij… Een soort omkering van bewijslast.

Neem tarief mee in beoordeling wel/niet dienstverband
Met het betrekken van de hoogte van het tarief en de inhoud van een opdrachtbeschrijving schep je veel meer duidelijkheid. Je dicht gelijk ook de kloof tussen het contractenrecht en het belastingrecht. Het contractenrecht kent een holistische benadering, waarbij alle feiten en omstandigheden een rol spelen om vast te stellen of er sprake is van een overeenkomst van opdracht of arbeidsovereenkomst. Anders dan bij het belastingrecht is bij het contractrecht wel relevant wat partijen beoogden. Ook de hoogte van het tarief speelt een rol.

Anders gezegd, wanneer je als zzp’er een klus doet tegen een tarief dat twee keer zo hoog is als het cao-loon, dan heeft het geen zin om achteraf te stellen dat je je vergist hebt en je toch liever een arbeidsovereenkomst had gewild. Bij een overeenkomst van opdracht bespreek je vooraf wat je gaat doen en welk resultaat je wilt bereiken. Het gaat dan om een afgebakend geheel met een begin en een eind en een resultaats- of inspanningsverplichting. Het moet daarom niet al te moeilijk zijn om gedetailleerd vast te leggen wat je gaat doen en wat begin en eind van de opdracht zijn.

Dit is wezenlijk anders dan bij een arbeidsovereenkomst, waarbij je in een bepaalde functie wordt aangenomen en tijdens de looptijd van de arbeidsovereenkomst blijkt wat je precies gaat doen. Kortom: een opdrachtformulering die duidelijk afwijkt van een functieomschrijving en een beloning die duidelijk afwijkt van een cao-loon is duidelijk geen arbeidsovereenkomst.

Recht doen aan Wet DBA
Natuurlijk kun je niet voor iedereen alle problemen oplossen. Ik denk wel dat een groot deel van zzp’ers gebaat is bij een beoordeling door de Belastingdienst, waarbij niet alleen naar gezag en vervanging wordt gekeken, maar waar ook de hoogte van het tarief en een voldoende gedetailleerde opdrachtbeschrijving een rol spelen. Dat doet gelijk ook meer recht aan de intentie van de Wet DBA, namelijk het aanpakken van ongewenst schijnconstructies.