FNV ZZP

Hoofdlijnennotitie Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2017/2018

Laatste update: 1 december 2016

Hoofdlijnennotitie Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2017/2018

Verschillende afdelingen van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben recent een Hoofdlijnennotitie kennisvragen SZW 2017/2018 uitgebracht. Daarmee wordt geprobeerd in kaart te brengen waar het ministerie zich in 2017 en 2018 mee bezig denkt te zullen houden.

Ik heb gekeken wat in die notitie is opgeschreven over de zelfstandigen zonder personeel en vond het volgende.

Groei aantal zzp-ers
Een ontwikkeling die in de notitie wordt waargenomen, is dat door flexibilisering van de arbeidsmarkt het aandeel tijdelijke contracten en het aantal zzp’ers toe zal nemen en het aandeel vaste contracten af zal nemen. Dit met de kanttekening dat in het tweede kwartaal 2016 het aantal zzp’ers voor het eerst is gedaald na een jarenlange toename. Recent heeft het CBS bekendgemaakt dat - met een lichte stijging in het derde kwartaal van 2016 - in heel 2016 het aantal zzp'ers niet is gestegen.

Sociale Zaken concludeert dat globalisering en technologische innovaties leiden tot meer flexibilisering. Gezegd wordt dat bedrijven immers sneller moeten kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Volgens het CPB kiezen veel bedrijven voor externe flexibiliteit door de inhuur van flexibele arbeidskrachten en zzp’ers. Dat is het niet alleen, want ook de langdurige recessie en veranderende voorkeuren van consumenten worden genoemd als belangrijke oorzaken van de toenemende flexibilisering. De flexibele schil telt volgens Sociale Zaken 1,7 miljoen personen. Het gaat om personen met een tijdelijk contract, een oproepcontract, uitzendwerk etc. Het aantal zzp’ers is fors gegroeid en wordt op één miljoen personen gesteld en is nog nooit zo groot geweest. Het CBS bevestigde recent het getal van één miljoen. Een deel van de zzp’ers combineert zelfstandig ondernemerschap met een baan in loondienst. Sociale Zaken tekent op, dat flexibele arbeidsrelaties minder zekerheden bieden maar tegelijkertijd wellicht mogelijk maken dat werkenden die voorheen niet aan het werk kwamen, nu wél aan werk komen.

Keuze voor ondernemerschap
Volgens Sociale Zaken kiezen de meeste zzp’ers vrijwillig voor het zelfstandig ondernemerschap. Die keuze is niet altijd vrijwillig in geval bijvoorbeeld betrokkenen geen baan kunnen vinden en dan voor het zelfstandig ondernemerschap kiezen. Nogal kort door de bocht wordt dan door Sociale Zaken gezegd dat dat verschijnsel bekend zou staan als schijn-zzp, (want feitelijk werkzaam onder gezag van een werkgever). Dat lijkt mij geen correcte omschrijving van schijnzelfstandigheid. Immers, ook als iemand geen baan kan vinden, kan hij/zij op enig moment een weloverwogen en bewuste stap maken richting zelfstandig ondernemerschap.

Schijnzelfstandigheid heeft niets te maken met het motief van de zzp'er om te gaan voor het zelfstandig ondernemerschap, maar is kort gezegd alleen aan de orde als de arbeidsrelatie met de opdrachtgever zo vorm wordt gegeven dat het teveel lijkt op een dienstverband.

Scholing
Sociale Zaken stelt vast dat werkgevers minder investeren in scholing voor flexibele arbeidskrachten en dat ook zzp’ers in het algemeen weinig in zichzelf investeren. Bij deze stelling lijkt de nuance wat verloren te zijn gegaan. Zoals uit het Eindrapport IBO Zelfstandige zonder personeel uit 2015 blijkt, kan immers de kanttekening worden geplaatst dat zzp’ers door learning-on-the-job bij verschillende opdrachtgevers mogelijk meer doen aan informele scholing en zzp’ers een relatief hoog niveau van initiële scholing hebben, waardoor zij ook gemakkelijker (on-the-job) nieuwe kennis verwerven.

Wat scholing betreft wil Sociale Zaken de komende jaren kijken naar de vraag hoe de toegang tot scholingsfaciliteiten (o.a. beter inzicht in scholingsaanbod via O&O-fondsen, financiële ondersteuning door werk-/opdrachtgever) van flexwerkers en zzp’ers kan worden verbeterd.

Zonder of met personeel
Sociale Zaken constateert dat - anders dan in het buitenland - weinig zzp’ers in Nederland doorgroeien naar zelfstandigen met personeel. Een verklaring daarvoor wordt echter niet gegeven.

Kwaliteit van werk/goed opdrachtgeverschap
Een punt van aandacht voor Sociale Zaken voor de komende jaren is het monitoren van de kwaliteit van arbeid van zelfstandigen. De Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA), een onderzoek naar de werksituatie van zelfstandig ondernemers in Nederland dat in opdracht van Sociale Zaken door TNO en CBS is uitgevoerd, zal periodiek uitgevoerd moeten worden om meer zicht te krijgen op de specifieke situatie van zelfstandigen en om op basis hiervan verdiepende onderzoeken uit te voeren. Ook over de rol van opdrachtgevers moet meer kennis beschikbaar komen. Daarbij is vooral de vraag van belang hoe opdrachtgevers gestimuleerd kunnen worden om bij de opdrachtverlening ook aandacht voor fatsoenlijk werk van zzp‘ers te hebben. Dan praten we dus over goed opdrachtgeverschap.

Oudedagsvoorziening
Er is ook gekeken naar de wijze waarop zelfstandigen hun oudedagsvoorziening al dan niet hebben geregeld. Sociale Zaken constateert dat ongeveer 50% van de zelfstandigen geen aanvullende oudedagsvoorziening heeft geregeld in de tweede of derde pijler. Voor de helft van hen geldt dat hun huidige inkomen dermate laag is, dat de AOW een (te) grote inkomensterugval voorkomt. Geconcludeerd kan worden dat ongeveer 25% van de zelfstandigen onvoldoende spaart voor hun pensioen via de derde pijler. Zij zouden gezien de hoogte van hun inkomen wel pensioenpremie opzij kunnen leggen. Sociale Zaken wil de pensioenopbouw van zelfstandigen blijvend monitoren.

Toezicht
Als het gaat om toezicht wordt beschreven dat flexibilisering ook betekent dat er een andere focus komt op doelgroepen die blootgesteld worden aan (nieuwe) risico’s. De groep van zzp’ers neemt toe. De vraag leeft bij Sociale Zaken in hoeverre zzp'ers voldoende bescherming krijgen als zij daar zelf (deels) verantwoordelijk voor zijn. Een en ander wordt verder niet uitgewerkt behoudens de zorg voor schijnconstructies.

Politieke realiteit
Sociale Zaken realiseert zich dat de notitie uiteraard geen stilstaand document is en dat inzichten in de loop van de tijd kunnen veranderen. Ook politieke ontwikkelingen kunnen leiden tot gewijzigde prioriteiten. In die zin realiseren de schrijvers van de notitie zich dat er op 15 maart 2017 verkiezingen zijn voor de Tweede Kamer en dat daarna een nieuw kabinet zal moeten worden geformeerd, waarbij het regeerakkoord uiteindelijk zal bepalen welke onderdelen van de notitie prioriteit zullen krijgen.

Ewald van Sark
procesjurist FNV Zelfstandigen

Ewald van Sark

Jurist FNV Zelfstandigen

Laat een reactie achter
Verzend mijn bericht