FNV ZZP

Weet waartoe je jezelf verplicht met een non-concurrentiebeding of relatiebeding

Weet waartoe je jezelf verplicht met een non-concurrentiebeding of relatiebeding

Veel zelfstandigen krijgen te maken met contracten waarin een zg. non-concurrentiebeding en/of een relatiebeding is opgenomen, zeker als er wordt gewerkt via intermediairs. Bij een non-concurrentiebeding gaat het vooral om de aard van de werkzaamheden die door de zzp'er na afloop van de opdracht een bepaalde periode binnen een bepaald gebied niet mogen worden verricht. Bij een relatiebeding gaat het er vooral om dat de zzp'er na afloop van de opdracht een bepaalde periode niet werkzaam mag zijn voor relaties van de opdrachtgever. Meestal is zo’n beding uitsluitend in het belang van de opdrachtgever van de zzp'er, omdat die niet wil dat de zzp'er met de kennis en kunde opgedaan bij die opdrachtgever zèlf een concurrent wordt of een concurrent daarmee bevoordeelt, of omdat die zijn eigen klantenkring wil beschermen.

Het maakt overigens niet zoveel uit welke naam je op zo’n beding plakt. Waar het om gaat, is dat uit de inhoud van het beding volgt dat je na afloop van de opdracht niet meer volledig vrij bent in je werkzaamheden. De precieze inhoud van zulke bedingen is steeds anders en wordt vooral bepaald door de opdrachtgever. In eerste instantie zal op basis van de letterlijke tekst moeten worden beoordeeld hoe ver dat beding strekt. Wanneer de tekst daar geen of onvoldoende duidelijkheid over geeft, zal naar de bedoeling van het beding moeten worden gekeken. Meestal is er ook nog een zogenaamd boetebeding aan gekoppeld, waarbij de zzp'er een boete van de voormalige opdrachtgever krijgt als hij het non-concurrentiebeding of het relatiebeding overtreedt.

Wees bewust van de inhoud en consequenties
Omdat zulke bedingen de zzp-er kunnen hinderen in zijn ondernemerschap, is het belangrijk dat hij zich bewust is van de inhoud en consequenties van zo’n beding. Ik merk in onze juridische adviespraktijk dat dat bewustzijn niet steeds aanwezig is, of dat het idee bestaat dat zo’n beding minder hard is dan het ’t lijkt (‘Daar moet je toch onderuit kunnen komen?’). Onze beoordeling van zo’n beding leidt dan ook nog wel eens tot schrik, verbazing of teleurstelling bij het lid. Enige achtergrondkennis kan daarom nuttig zijn.

Geen wet
Er bestaat geen algemene wettelijke regeling van het non-concurrentiebeding voor zzp'ers. Zo’n regeling bestaat wel voor werknemers (art. 7:653 BW) en is in de wet opgenomen om de werknemer te beschermen tegen de feitelijke machtspositie van de werkgever. Zo’n beding in een arbeidsovereenkomst is aan strikte voorwaarden gebonden. Je mag het bijvoorbeeld in beginsel niet opnemen in een tijdelijke arbeidsovereenkomst en er zijnmogelijkheden ingebouwd om het via de rechter af te zwakken of de werking ervan geheel te laten vervallen. Soms is de ex-werkgever verplicht een billijke vergoeding te bepalen aan de ex-werknemer die aan een non-concurrentiebeding gebonden is.

Afspraak is afspraak
Bij de opdrachtovereenkomst en de overeenkomst van aanneming van werk bestaat zo’n wettelijke regeling niet. En de meeste zzp'ers werken op basis van zo'n overeenkomst. Daar geldt in veel sterkere mate het algemene beginsel van contractenrecht dat partijen gebonden zijn aan datgene wat ze met elkaar hebben afgesproken, ook al ondervindt een partij daarvan veel hinder of nadeel. Een rechter zal ook niet snel oordelen dat zo’n beding, waar de zzp'er met zijn volle verstand mee heeft ingestemd, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (wat zou betekenen dat die afspraak tussen partijen niet van toepassing is, zie art. 6:248 lid 2 BW).

Agentuurovereenkomst
De agentuurovereenkomst, een bijzondere vorm van opdrachtovereenkomst, kent wèl een eigen regeling van het non-concurrentiebeding (art. 7: 443 BW), maar die (speciale)regeling heeft een veel beperkter bereik dan bij de arbeidsovereenkomst, gewoonweg omdat er veel meer (algemene) opdrachtovereenkomsten zijn dan (speciale)  agentuurovereenkomsten.


Waar ik me in de juridische adviespraktijk het meeste over verbaas, zijn relatiebedingen waarin wordt verwezen naar ex-klanten of potentiële klanten van de opdrachtgever. Klanten die de zzp'er meestal helemaal niet kent vanuit de werkzaamheden die hij zelf bij of voor de opdrachtgever heeft verricht.
Ik vraag dan ook standaard of ons lid een lijst ontvangt  bij het sluiten van de overeenkomst of bij het einde van de opdracht, waarop die klanten concreet worden benoemd. Als dat niet zo is (en de meeste opdrachtgevers staan echt  niet te springen om zulke lijsten te verstrekken!), dan is dát al reden om te weigeren met zo’n beding in te stemmen.
De wet biedt daarvoor ook een concreet handvat, want  in artikel 6:227 BW is bepaald dat de verbintenissen van partijen bepaalbaar moeten zijn. Dat is zeker niet het geval als de zzp'er niet weet voor welke bestaande klanten, ex-klanten, of potentiële klanten van de opdrachtgever hij na afloop van de opdracht niet werkzaam mag zijn.

Ik zou me als opdrachtnemer in elk geval niet willen overleveren aan een opdrachtgever die op elk moment kan roepen dat ik in overtreding ben van een relatiebeding, terwijl ik me van geen kwaad bewust ben. En ik zou er ook niet op willen gokken dat ik mijn gelijk zonodig wel haal in een gerechtelijke procedure achteraf. Dat er beperkingen  gelden om te werken voor de relaties van opdrachtgever, bij wie de zpp'er feitelijk aan de slag is geweest in het kader van de opdracht, valt meestal wel te begrijpen. Maar veel verder hoeven zulke bedingen, bezien vanuit het belang van de opdrachtgever, vaak echt niet gaan. Voor de zzp'er ligt er dan de schone taak om zijn opdrachtgever daarvan te overtuigen.      

Geen onredelijke beperking
Ook in het kader van Wet DBA wordt in de algemene modelovereenkomst tussenkomst bepaald (zie art. 9.1 sub b) dat er tussen opdrachtgever en opdrachtnemer geen sprake mag zijn van een concurrentie- en/of relatiebeding dat de zzp'er onredelijk beperkt in het verwerven of uitvoeren van opdrachten voor andere opdrachtgevers. Het bijzondere daarvan is dat nu ook de opdrachtgever zèlf er concreet belang bij heeft om de reikwijdte van zo’n beding in te perken (dus van beperkte duur, binnen een duidelijk begrensd gebied en ten aanzien van een duidelijk afgebakende groep klanten).
Zo niet, dan biedt de modelovereenkomst voor die opdrachtgever niet de zekerheid die hij daarmee beoogt (namelijk dat de betreffende arbeidsrelatie geen inhoudingsplichtige arbeidsrelatie is). Het zou goed zijn als opdrachtgevers dat belang ook breder zouden onderkennen. Ongegronde angst voor concurrentie of verlies van klanten is hoe dan ook een slechte raadgever en leidt regelmatig tot overbodige of onduidelijke contractuele bepalingen.

Conclusie
Weet waar je als zzp'er mee instemt! Vraag onze juridische afdeling zo nodig tijdig om advies. Sommige non-concurrentie en/of relatiebedingen zijn dermate verstrekkend, dat de hoge prijs die je in eerste instantie misschien ontvangt voor je werkzaamheden (die mogelijk slechts van korte duur zijn), achteraf een hoge prijs wordt die je daarvoor betaalt. Soms is het verstandiger om een contract met een verstrekkend non-concurrentiebeding en/of relatiebeding aan je voorbij te laten gaan. Zeker wanneer een opdrachtgever niet bereid is om te onderhandelen en de werking daarvan ten voordele van de zzp'er af te zwakken, of het beding geheel te laten vallen.  

Marcel van der Zande

Jurist FNV Zelfstandigen

Laat een reactie achter
Verzend mijn bericht

Wij gebruiken cookies om uw gebruikerservaring te verbeteren.

Afwijzen
Ga verder