FNV ZZP

Hoge Raad doet uitspraak over fiscale beoordeling werkruimte in huurwoning

Hoge Raad doet uitspraak over fiscale beoordeling werkruimte in huurwoning

Op 12 augustus 2016 heeft de Hoge Raad, onze hoogste fiscale rechter, geoordeeld over de kosten van werkruimte in een gehuurde woning (ECLI:NL:HR:2016:1899). Het onderliggende geschil ging over de beoordeling van die kosten in het kader van de aangifte inkomstenbelasting door een zzp'er.

Daarover waren al eerder uitspraken gedaan door lagere fiscale rechters (waaronder een belangrijke van de rechtbank Arnhem op 17 december 2009), maar onze hoogste fiscale rechter had zich nog niet daarover uitgesproken. Die lagere rechters (rechtbanken en gerechtshoven) zaten niet op één lijn en de Belastingdienst zèlf heeft, buiten het kader van gerechtelijke procedures, nooit een duidelijk standpunt daarover ingenomen.

De Hoge Raad oordeelt nu in de lijn van de rechtbank Arnhem. Het komt erop neer dat een huurrecht volgens de Hoge Raad als ondernemingsvermogen kan worden aangemerkt (dat is dus niet automatisch het geval!), waardoor het volledige huurbedrag ten laste van de winst kan worden gebracht, maar dat vanwege het privégebruik van de woning door de zzp'er weer een bepaald bedrag (meestal een percentage van 1,8% van de WOZ-waarde) bij de winst moet worden opgeteld (als een zogenaamde privé-onttrekking aan dat ondernemingsvermogen).

Het gerechtshof in Den Haag had eerder via een andere fiscaal-juridische redenering geoordeeld dat de vraag of de werkkamer een zelfstandig gedeelte van de woning vormde (wat volgens het Hof niet het geval was), doorslaggevend was. Maar dat is volgens de Hoge Raad dus niet van belang voor de fiscale beoordeling.    

De voorwaarden om de kosten van werkruimte op voormelde wijze op te voeren
-De zzp'er moet zich kwalificeren als een ondernemer in de zin van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001. Zijn inkomsten moeten dus worden aangemerkt als winst uit onderneming. Als er sprake is van resultaat uit overige werkzaamheden of loon uit dienstbetrekking, kun je kosten van de werkruimte dus niet opvoeren.
-Er moet sprake zijn van een werkruimte (zelfstandig of onzelfstandig) in een gehuurde woning. Voor werkruimte in een koopwoning gelden andere fiscale criteria en berekeningsmethoden.
-Die werkruimte moet meer dan 10% van de oppervlakte van die woning beslaan. Dit percentage kom je in de uitspraak van de Hoge Raad niet tegen (dat heeft te maken met onderlinge afspraken van de procespartijen toen de procedure nog bij het gerechtshof liep), maar dat is wel het percentage dat op andere plaatsen wordt genoemd. 

De vraag is of deze uitspraak betekenis heeft voor andere zzp'ers?
Mijn antwoord daarop is ja, mits de aanslag inkomstenbelasting over een eerder belastingjaar nog niet definitief is geworden en de Belastingdienst de kosten van de werkruimte op andere c.q. nadeliger wijze dan voormeld in aanmerking heeft genomen of dreigt te nemen bij de bepaling van het belastbare inkomen. Alsdan kan met deze uitspraak in de hand om correctie worden gevraagd, en moet zo nodig correctie worden gevorderd.

Het is natuurlijk niet uitgesloten dat vanuit de Belastingdienst c.q. het Ministerie van Financiën aangestuurd zal worden op een wetswijziging om een einde te maken aan deze gunstige aftrekmogelijkheid. Maar voorlopig lijkt deze uitspraak gunstig voor veel zzp'ers die een werkruimte in hun huurhuis hebben.  

Marcel van der Zande

Jurist FNV Zelfstandigen

Laat een reactie achter
Verzend mijn bericht