FNV ZZP

Afschaffing VAR: feiten en fabels

Laatste update: 18 april 2016

Afschaffing VAR: feiten en fabels

Het is niet gek dat het verdwijnen van de VAR per 1 mei 2016 veel onrust met zich meebrengt. Iedereen is gewend aan de VAR en het is lastig om u een voorstelling te maken van het leven van een zelfstandig ondernemer zonder VAR. Op internet en media circuleren de grootste spookverhalen. Tijd dus om de grootste fabels te ontkrachten.

Fabel 1: een modelovereenkomst is verplicht

Nee een modelovereenkomst is, net zoals het aanvragen van een VAR-verklaring, niet verplicht. U mag  gewoon op basis van een eigen schriftelijke of mondelinge overeenkomst werken. Het voordeel van het werken met een overeenkomst die op de site van de Belastingdienst is gepubliceerd, is dat zelfstandige en opdrachtgever (en eventueel intermediair) de zekerheid hebben dat – als zij zich houden aan de overeenkomst – er geen verplichting tot afdracht van loonheffing en sociale werknemerspremies ontstaat.
Dus alleen voor de situaties waarin de zelfstandig ondernemer in het grijze gebied tussen werknemer en opdrachtnemer opereert, geeft  een modelovereenkomst zekerheid vooraf over de arbeidsrelatie. Een modelovereenkomst is nog steeds niet verplicht, maar in zo’n situatie wel heel handig.

Fabel 2: een modelovereenkomst is ingewikkeld en niet te begrijpen

Het beeld is dat je om een modelovereenkomst te kunnen snappen, een cursus fiscaal recht nodig hebt. En dat de overeenkomst allemaal lange juridische onbegrijpelijke bepalingen bevat.
Dit is niet zo. U kunt in principe gewoon uw eigen (raam)overeenkomst, opdrachtbevestiging en algemene voorwaarden blijven gebruiken. Soms is het handig om een aantal door de Belastingdienst beoordeelde bepalingen op te nemen om het risico op de afdracht van loonheffing uit te sluiten.

Fabel 3: voor elk klusje is een nieuwe modelovereenkomst nodig

Een VAR moest je jaarlijks aanvragen bij de Belastingdienst. Ging u een andersoortige opdracht doen, dan moest u een nieuwe VAR aanvragen. Deze administratieve handeling verdwijnt. De overeenkomsten hoeven niet eerst aan de Belastingdienst te worden voorgelegd. Volgens de Belastingdienst hoeven de overeenkomsten zelfs niet ondertekend te worden. Op de site van de Belastingdienst staat: “Zolang de opdrachtgever en zzp’er maar met elkaar afspreken, bijvoorbeeld per e-mail of in de opdrachtbevestiging, volgens welke modelovereenkomst (nummer) er gewerkt wordt.” Vanuit goed ondernemerschap is het sowieso verstandig om gemaakte afspraken goed vast te leggen.

Fabel 4: Er verandert van alles

Het gebruik van zzp-modelovereenkomsten is helemaal niet nieuw (en veroorzaken dus geen extra administratieve lasten) omdat juist grote opdrachtgevers en tussenbureaus al jaren lang werken met zzp modelovereenkomsten.
Wél nieuw is dat de Belastingdienst op verzoek vooraf een oordeel geeft of de loonheffing wel of niet van toepassing is. Daardoor zijn er meer zzp modelovereenkomsten gekomen.

Dan nu de feiten. Wij hebben de belangrijkste feiten voor u op een rij gezet.

Feit 1: afschaffing VAR heeft brede steun

Invullen op basis van verwachtingen vooraf, controle achteraf, gecombineerd met het vrijwel ontbreken van handhaving op de juistheid van de ingevulde VAR-verklaringen, maakte de VAR een papieren circus dat weinig nut had, anders dan dat opdrachtgevers dankzij hun vrijwaring graag met zzp’ers wilden werken. Bovendien kwamen de nadelige gevolgen van handhaving volledig bij de zzp’er terecht, terwijl de opdrachtgever vaak de veroorzaker is van schijnconstructies. Het kabinet had aangekondigd dat de handhaving in deze ongelukkige context geïntensiveerd zou worden. Daarom hebben zzp-organisaties, vakbonden, werkgeversorganisaties en de overgrote meerderheid in Tweede Kamer (alle fracties, met uitzondering van SP) en de Eerste Kamer  (56 voor en 19 tegen)  de Wet DBA gesteund.

Feit 2: de meeste zzp’ers hoeven zich geen zorgen te maken

De overgrote meerderheid van zzp’ers wordt gevraagd voor een opdracht vanwege hun expertise en hun persoonlijkheid, maken vooraf duidelijke afspraken over de inhoud van de opdracht en vertrekken richting een andere opdracht als de klus klaar is. Deze groep hoeft zich geen zorgen te maken.
Echter, de zzp’er die langdurig bij eenzelfde opdrachtgever blijft hangen, qua werkzaamheden niet onderscheidend is van de werknemers, niet volgens een duidelijke opdrachtovereenkomst werkt, die kan wel mogelijk een probleem hebben. Voor deze groep is het zinvol een keuze te maken en het gesprek aan te gaan met hun opdrachtgever : kies ik voor het ondernemerschap, of kan ik beter in dienst treden.

Feit 3: het transitiejaar is geen overbodige luxe

Van 1 mei 2016 tot 1 mei 2017 is een overgangsperiode. In deze tijd zal de Belastingdienst niet actief gaan handhaven en veel voorlichting geven. Dit jaar is hard nodig. In de 15 jaar dat de VAR heeft bestaan, is er veel veranderd. De wereld is flexibeler geworden, er zijn meer zzp’er bij gekomen, er zijn nieuwe manieren van werken ontstaan. Werknemers en zzp’ers zijn in de praktijk meer op elkaar gaan lijken. Deze nieuwe werkelijkheid moet matchen met oudere wet- en regelgeving. Dat gaat niet vanzelf. Gelukkig komt er een expertcommissie. Deze commissie gaat toetsen of de beoordeelde modelovereenkomsten arbeids- en sociaalfiscaal rechtelijk in orde zijn. Opdrachtgevers en zzp’ers zullen in sommige gevallen hun werkwijze willen of moeten aanpassen. Ook daarvoor is tijd nodig.

Feit 4: de gevolgen van handhaving kwamen bij de verkeerde terecht

Bij handhavingsacties ging de opdrachtgever vrijuit, maar raakte de zzp’er zijn VAR kwijt. Hierdoor raakte de zzp’er niet alleen deze ene opdracht kwijt, maar wilde geen enkele opdrachtgever met hem of haar werken. Naast het verlies aan opdrachten, werd ook de belastingaangifte herzien alsof de zzp’er werknemer was. Het recht op zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling verviel. De malafide opdrachtgever daarentegen ging vrijuit en huurde een volgende zzp’er in, die nog wel een VAR had. De Wet DBA maakt dat opdrachtgever en opdrachtnemer beide even verantwoordelijk zijn voor de arbeidsrelatie tussen hen beide. De opdrachtgever kan zich niet achter de vrijwaring verschuilen, maar is medeverantwoordelijk geworden. Als bij controle achteraf blijkt dat partijen zich niet aan de overeenkomst hebben gehouden, dan krijgt ook de opdrachtgever te maken met een naheffing. Sociale premies mogen in dat geval niet worden verhaald op zzp’ers.

Kijk ook bij veel gestelde vragen en in de dossiers Modelovereenkomsten, Wet DBA en VAR op deze website. Heeft u nog vragen? Neem contact op met onze juridische medewerkers. 

Laat een reactie achter
Verzend mijn bericht