FNV ZZP

Staatsecretaris onderkent belang transitie

Laatste update: 18 april 2016

Stap voorwaarts in overgang van VAR naar DBA?!?

Vandaag heeft staatssecretaris Wiebes vragen vanuit de 1e Kamer ten aanzien van de wet DBA beantwoord. In de beantwoording van de vragen zien wij belangrijke stappen voorwaarts: er lijkt meer duidelijkheid te komen over de status van bemiddeling, de Belastingdienst staat open voor meer generieke voorbeeldovereenkomsten en – het belangrijkste – de staatssecretaris onderkent het belang van een zorgvuldige transitie.

FNV Zelfstandigen heeft hier de afgelopen periode hard op aangedrongen. Na een brief aan de Staatssecretaris hebben we samen met andere zzp-organisaties intensief met de staatsecretaris, het ministerie en de belastingdienst overlegd. Wij zien het als stap voorwaarts dat we de noodzaak tot transitie nu in de nota van de staatssecretaris terugzien. Daarbij geldt dat we pas een definitief oordeel over de robuustheid van de overgangsmaatregelen kunnen vellen als die in meer detail zijn uitgewerkt; daarover zullen we de komende periode het overleg met het ministerie voortzetten.

Tevens hebben wij de Staatssecretaris geadviseerd het wetsvoorstel pas aan de 1e Kamer voor te leggen als ook de ondersteunende maatregelen nader zijn uitgewerkt. Wij zijn blij dat de staatsecretaris de Kamer deze ruimte nu biedt.

Waarom is dit belangrijk? 
De positie van de VAR staat al jaren onder druk - tegelijkertijd schaf je een langjarige praktijk niet met één druk op de knop af. Een model met ruimte voor sectorale invulling kan in onze ogen goed gaan werken; als deze route echter onvoldoende onderbouwd naar de 1e Kamer gaat en daar wordt afgewezen, zal de onzekerheid nog veel langer duren. Er zal dus sprake moeten zijn van een geleidelijke uitfasering van de VAR en we zullen met elkaar een nieuwe praktijk ten aanzien van voorbeeldcontracten moeten ontwikkelen.

Nu de Staatssecretaris aangeeft een overgangsperiode te willen hanteren én te willen werken aan meer generiek toepasbare voorbeeldovereenkomsten én er meer duidelijkheid lijkt te ontstaan over de rol van bemiddeling, komt een oplossing dichterbij. Wij willen daarbij een aantal zaken nog nader uitwerken, voordat we ons geheel achter invoering van de wet kunnen scharen:

  • Er dreigt een woud aan voorbeeldovereenkomsten. Als er meer generieke modellen beschikbaar komen, is het aan de BD om ordening aan te brengen in de voorbeelden die iets toevoegen en de voorbeelden die niet meer dan een afgeleide zijn;
  • De BD toetst alleen op de fiscale voorwaarden van een voorbeeldovereenkomst. Daardoor bevatten sommige voorbeeldovereenkomsten bepalingen die vanuit de fiscaliteit niet relevant zijn. Voorkomen moet worden dat de schijn wordt gewekt dat dergelijke bepalingen noodzakelijk of verplicht zijn; dergelijke bepalingen moeten expliciet door contractpartijen worden ingevuld. Een voorbeeld is de bepaling dat de opdrachtgever eventuele naheffingen op de opdrachtnemer kan verhalen. Dit is juridisch dubieus, en in het kader van de aanpak van schijnconstructies juist ook aan de onderkant van de markt volstrekt ongewenst;
  • De transitieperiode dient nader uitgewerkt te worden. Daarbij dient recht te worden gedaan aan sectorale verschillen. Onderdeel hiervan is dat wij vinden dat de handhaving zich primair moet focussen op  het oplossen van concrete problemen, zoals in de zorg, de bouw en het transport. Eerste doelstelling moet zijn om uitwassen te bestrijden, meer dan om de belastingopbrengsten te vergroten.

Tenslotte hebben wij de Staatssecretaris gevraagd om een vom van 'beroep' of 'second opinion' ten aanzien van de beoordeling van voorbeeldcontracten. Immers, deze contracten krijgen een sterke marktregulerende werking. Het is ongewenst dat eventuele jurisprudentie zich ontwikkelt langs vele, vaak langdurige individuele procedures met grote financiële risico's achteraf. Waar de Belastingdienst een monopolie heeft in het beoordelen van voorbeeldcontracten, is een mogelijkheid tot externe juridische toetsing essentieel.

Wij treden op korte termijn in nader overleg met het ministerie. Gezien de voortgang in de afgelopen week zien wij deze gesprekken vooralsnog met optimisme tegemoet.