FNV ZZP

Doorbraak in dossier VAR/BGL?!

Laatste update: 18 april 2016

Doorbraak in dossier VAR/BGL?!

Zaterdag heeft het FD bericht dat op korte termijn een brief van het Kabinet aan de Tweede Kamer verwacht wordt waarin een nieuwe route in het dossier VAR/BGL wordt geschetst. Strekking: de VAR wordt afgeschaft, de beoogd opvolger BGL komt niet in de voorgestelde vorm terug en er zal gewerkt gaan worden met modelcontracten.

Dit voorstel past op belangrijke punten in de richting die FNV Zelfstandigen heeft geformuleerd: een sectorale aanpak die ondernemers laat ondernemen en problemen op de arbeidsmarkt gericht aanpakt. Deze richting hebben we in goede samenwerking met andere zzp-organisaties, werknemersorganisaties en beleidsmakers in de dialoog ingebracht.

Wij zijn positief over de strekking van deze oplossing – en onderkennen ook dat dit voorstel niet meer dan een stap in de goede richting is. In dit artikel schetsen wij het historisch perspectief en onze visie op de sectorale aanpak.

De VAR is over de houdbaarheidsdatum.
De VAR is een papieren tijger geworden. Van de 500.000 jaarlijkse VAR’en kan de Belastingdienst er ongeveer 0,5% echt toetsen. Als de Belastingdienst al toetste, kon zij niet ingrijpen bij de bron door de vrijwel onvoorwaardelijke vrijwaring van de opdrachtgever. Daarmee staat de deur naar schijnconstructies op dit moment wijd open. Tegelijkertijd is er willekeur ontstaan: Had de zzp’er de pech te worden gecontroleerd, raakte hij soms VAR-WUO en daarmee inkomen kwijt – terwijl vergelijkbare collega’s gewoon konden doorwerken. Dat was met name unfair, omdat wij in de juridische ondersteuning van onze leden regelmatig hebben gezien dat de zzp’er alsnog in het gelijk werd gesteld. Goed voor de jurisprudentie, maar voor het individu was het kwaad dan al geschied. Oftewel: de regels bleken (juist ook op sectorspecifieke elementen) niet helder te zijn.

Opvolger BGL kende te veel bezwaren.
Beoogd opvolger “BGL” bevatte een grote stap vooruit: de vrijwaring van de opdrachtgever zou worden beperkt. Tegelijkertijd was de uitwerking (een webmodule met generieke criteria) geen goed idee. Nadat Actal en de Raad van State al kritisch hadden gereageerd, heeft FNV Zelfstandigen samen met andere zzp-organisaties onze bezwaren kenbaar gemaakt en een alternatieve richting aangegeven. Dit alternatief is vervolgens ook samen met werknemersorganisaties aangescherpt en ingediend. In december 2014 heeft de Kamer aan Staatssecretaris Wiebes gevraagd om de behandeling van het wetsvoorstel BGL op te schorten en eerst de toepasbaarheid van de ingediende alternatieven te onderzoeken.

Alternatieve richting: sectorale afspraken
Uitgangspunt in ons denken is de vraag hoe je de echte zelfstandige de ruimte biedt en tegelijkertijd gericht schijnconstructies kan tegengaan. Gezien de enorme verschillen tussen beroepsgroepen en sectoren is het antwoord: schaf de VAR af en focus op sectorale afspraken.

De aard van de afspraken kunnen daarbij per sector sterk verschillen. Er zijn drie ingrediënten:

a) Ruimte voor ondernemerschap. Een ondernemer moet kunnen ondernemen – in sommige sectoren moet de positie van de zelfstandige in aanbestedingsprocedures of bij inkoopmonopolies worden versterkt. “Goed opdrachtgeverschap” is hierbij een belangrijk thema.

b) Toekomstbestendige marktpositie. In sommige sectoren wordt, met name aan de onderkant van de markt, het zzp-construct louter gebruikt voor kostenverlaging. Echter, als zelfstandig professionals niet in staat zijn hun ondernemersrisico in te prijzen, is dit niet alleen slecht voor de ondernemer maar ook voor de markt. Dit vraagt om afspraken ten aanzien van de marktordening ofwel om een (financiële) bodem in de markt.

c) Rechtszekerheid. In die sectoren of beroepsgroepen waar het onderscheid tussen zzp’er en werknemer soms discutabel is, hebben zowel opdrachtgever als opdrachtnemer baat bij rechtszekerheid om te voorkomen dat één van beiden achteraf voor verrassingen komt te staan.

De kracht van sectorale afspraken is dat je in sectoren waar dat nodig is meer ruimte creëert of juist een bodem legt, zonder dat dit leidt tot generieke regelgeving die voor alle zelfstandigen het ondernemerschap beperkt.

Consequenties voor het dossier VAR/BGL
De VAR (BGL) slaat alleen op het onderwerp “rechtszekerheid”. Het afschaffen van de VAR als administratief circus is zonder meer positief. Deels om de administratieve overlast te beperken, maar vooral omdat de vrijwaring van de opdrachtgever wordt beperkt. Dit biedt de kans tot serieuze aanpak van schijnconstructies.

Tegelijkertijd bestaat (in die beroepsgroepen cq. sectoren waar twijfel aan de rechtspositie zou kunnen bestaan) de behoefte aan rechtszekerheid vooraf. Hier bieden modelovereenkomsten een goed alternatief. Immers, als specifieke wet- en regelgeving en actuele jurisprudentie worden vertaald in modelovereenkomsten, weten zzp’ers en opdrachtgevers waar ze aan toe zijn. Daarnaast kan op basis van modelovereenkomsten veel gerichter voorlichting worden gegeven.

Modelovereenkomsten zijn zeker niet in alle sectoren of voor alle beroepsgroepen nodig – in veel gevallen is het onderscheid tussen de zzp’er en de werknemer evident.

Modelovereenkomsten zijn ook niet exclusief. Als een grote opdrachtgever, een brancheorganisatie of belangenvereniging een overeenkomst vooraf wil laten toetsen door de Belastingdienst kan dat. Wij vinden wel dat het voor de zzp’er altijd transparant moet zijn of een overeenkomst voldoet aan de fiscale normen – rechtszekerheid dient altijd wederkerig te zijn.

Modelovereenkomsten geven géén antwoord op de vraag hoe de handhaving er uit gaat zien. Het is goed dat de Belastingdienst aangeeft dat zij op basis van modelovereenkomsten beter kàn handhaven - maar dat heeft alleen effect als handhaving ook daadwerkelijk plaatsvindt. Daarnaast kunnen sectorale afspraken ook bijdragen tot slimmere handhavingsstrategieën en betere zelfregulering.

Conclusie
Het afschaffen van de VAR en het (waar nodig) introduceren van modelovereenkomsten is een goede stap. Om de enorme groep bewuste zzp’ers te faciliteren en tegelijkertijd misstanden aan de onderkant van de markt te voorkomen is echter meer nodig: daar waar nodig sectorale afspraken maken.

Deze uitdaging ligt in belangrijke mate bij sociale partners en zzp-organisaties. Gezien zowel het belang van zzp’ers voor onze economie als het belang van bescherming van kwetsbare groepen werkenden, zou het vanzelfsprekend moeten zijn dat ook de overheid in deze een actieve en stimulerende rol vervult.

Vervolgstappen
We hebben de afgelopen maanden twee belangrijke stappen gezet: Het tegenhouden van het wetsvoorstel BGL en het formuleren van een gedragen alternatieve richting.

FNV Zelfstandigen is blij bij deze stappen een relevante rol te hebben kunnen spelen, en eveneens verheugd dat dit in hechte samenwerking met zowel de leidende zzp-organisaties, werknemersorganisaties als beleidsmakers heeft plaatsgevonden.

Dat stemt positief over de stappen die nog te zetten zijn. Wij zullen even constructief en vasthoudend bijdragen aan deze vervolgstappen: het uitwerken van een alternatief dat in de praktijk ook echt werkt en het komen tot waardevolle sectorale afspraken. 

Perspectief
Alle discussies die we op dit moment over regelgeving en handhaving voeren bevestigen één ding: de wijze waarop onze arbeidsmarkt is georganiseerd en gereguleerd past niet altijd even goed bij de veranderende relaties en de manier waarop mensen willen werken. Ontwikkelingen zoals de wens naar autonomie en vrijheid, globalisering en digitalisering en de opkomst van de netwerkeconomie, maken structurele hervorming van de arbeidsmarkt op langere termijn noodzakelijk.

Het is goed dat we nu concrete problemen in het huidige bestel aanpakken – het is essentieel dat we ook het bredere vraagstuk concreet agenderen.