FNV ZZP

Vrij baan voor ondernemende zzp’er

Laatste update: 18 april 2016

Vrij baan voor ondernemende zzp’er

Geef de grote groep zzp’ers die een belangrijke bijdrage leveren aan de economie voldoende ruimte om hun expertise optimaal in te zetten. Zorg voor een gelijk speelveld voor zpp’ers, zowel naar opdrachtgevers als in relatie tot andere werkenden. Stop met de juridische haarkloverij, en los eventuele problemen concreet per beroepsgroep op. Daarvoor pleitte FNV Zelfstandigen gisteren onder andere tijdens de hoorzitting in het kader van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO).

De overheid wil gefundeerd beleid maken ten aanzien van de positie van de zzp’er. Het kabinet heeft de ministeries van Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Financiën de opdracht gegeven (zie onder) eind dit jaar gezamenlijk met beleidsopties te komen. Tijdens een hoorzitting op 27 augustus heeft FNV Zelfstandigen samen met andere ZZP-organisaties haar uitgangspunten en overwegingen gepresenteerd aan de ambtelijke werkgroep.

Als uitgangspunt hebben we gesteld dat een zeer grote groep zzp’ers een positieve bijdrage aan de economie levert en een belangrijke positie op de arbeidsmarkt inneemt – tot tevredenheid van de betreffende individuen.

Voor deze groep is het van belang dat zij niet oneigenlijk belemmerd worden in hun ondernemerschap (denk aan aanbestedingen), dat zij waar nodig worden gefaciliteerd in hun professionele ontwikkeling en dat er voldoende toegankelijke faciliteiten zijn ten aanzien van inkomensverzekering (pensioen, arbeidsongeschiktheid).

Daarnaast onderkennen wij dat dat veel van de belemmeringen die zzp’ers ervaren mede voortkomen uit het feit dat er ook twee kwetsbare groepen bestaan.

In de eerste plaats bestaat er een groep zzp’ers die juridisch zzp’er is, maar die in een economische afhankelijkheidspositie verkeren die het onmogelijk maakt om duurzaam te ondernemen. Dit kan komen door verstoringen in de marktwerkingen (inkoopmonopolies, aanbestedingen), dit kan komen door de aard van de werkzaamheden van de betreffende zzp’er. Voor deze groep is het essentieel dat we enerzijds een gezonde marktwerking borgen, en anderzijds waar nodig de bescherming bieden die past bij hun positie.
In de tweede plaats bestaat er een kleine groep zzp’ers die bij nadere beschouwing ook juridisch geen zzp’er zijn. Deze schijnconstructies moeten in ieders belang worden bestreden – zonder dat de individuele werkenden daar de dupe van worden.

Wij pleiten er voor om de positie van deze groepen te versterken door een sterk sectorale aanpak, waarbij sociale partners en overheid per sector of beroepsgroep relevante maatregelen formuleren. Immers, de huidige handhaving leidt veelal tot juridische haarkloverij en te generieke maatregelen, die ook de grote groep aan echte (bewuste) zzp’ers negatief raken. Kortom: Laat de kunstenaar of nagelstyliste geen slachtoffer zijn van misstanden in de bouw, vermeng de dynamiek in de pakketdiensten niet met de specifieke regelgeving in de zorg en val de IT-specialist niet lastig met regelgeving die het primair onderwijs moeten beschermen.

Naast een gezonde marktwerking en de benodigde faciliteiten voor zzp’ers is het evident dat de groei van de groep zzp’ers druk legt op zowel het sociale als het fiscale stelsel.

Ten aanzien van sociale zekerheid is ons uitgangspunt dat de zzp’er zelf goed in staat zou moeten zijn voorzieningen te treffen. Alleen ten aanzien van langdurige arbeidsongeschiktheid bepleiten wij te onderzoeken in hoeverre toegang tot een collectieve voorziening van toegevoegde waarde zou kunnen zijn.

Ten aanzien van de fiscale faciliteiten is het uitgangspunt een “level playing field”. Het stimuleren en faciliteren van ondernemerschap is en blijft van belang; tegelijkertijd dienen oneigenlijke prikkels tot een specifieke contractvorm te worden vermeden. Onderzocht dient te worden op welke wijze dit vorm kan worden gegeven, waarbij veranderingen in het fiscale altijd in samenhang met sociale voorzieningen moeten worden beoordeeld.

Samenvattend:
Laten we zelfstandig werkenden alle ruimte bieden om hun expertise te benutten, en laten we tegelijkertijd de rafels op een genuanceerde en specifieke wijze per sector of beroepsgroep oplossen.
Laten we streven naar een ‘level playing field’ waarin voor alle werkenden een gepaste mate van bescherming cq. toegang tot faciliteiten aanwezig is en waarbij oneigenlijke prikkels om te kiezen voor de ene of de andere contractvorm worden vermeden.

Uit de opdrachtformulering: “Momenteel zijn er ongeveer 800.000 zelfstandigen zonder personeel (hierna: zzp’ers) in Nederland. Dat betekent dat 1 op de 10 werkenden zzp’er is. Bij ongewijzigd beleid zullen er binnenkort meer dan 1 miljoen zzp’ers zijn. Deze groei van het aantal zzp’ers heeft zowel positieve als negatieve effecten en staat volgens het kabinet niet op zichzelf. Daarom heeft het kabinet op 23 april 2014 aan de Tweede Kamer aangekondigd een ambtelijke werkgroep in te stellen die een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar zzp’ers zal uitvoeren. Het kabinet heeft de werkgroep gevraagd de oorzaken en de gevolgen van de opkomst van de zpp’er in kaart te brengen en vervolgens beleidsopties te schetsen. De analyse van de werkgroep moet als basis dienen voor een publieke discussie over de positie van zzp’ers. Het kabinet heeft de werkgroep gevraagd om uiterlijk 1 december 2014 verslag uit te brengen.”